De Kiem v.z.w., Therapeutisch Programma voor Druggebruikers
zoekt voor indiensttreding (m/v):

Begeleider therapeutische gemeenschap (voltijds)

Opdracht :  Je begeleidt de dagelijkse leef- en werksituaties van de bewonersgroep in de therapeutische gemeenschap. Je werkt in een roulementsysteem met weekenddienst (1 op vier weekends).

Vereisten:  Bachelor menswetenschappen (opvoeder, MW, …) - klasse 1 (bachelor of graduaat) of klasse 2A. Ervaringsdeskundigheid of ervaring in het begeleiden van drugverslaafden strekt tot aanbeveling.

Wij bieden:  Een vervangingscontract vanwege zwangerschap voor ongeveer 1 jaar (zo snel als mogelijk ingaand).

Verloning:   Volgens ziekenhuisbarema 1.55 of 1.40/1.57

Kandidaturen met curriculum vitae voor 19 mei 2017 sturen naar De Kiem, Vluchtenboerstraat 7a, 9890 Gavere, t.a.v. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Functieomschrijving begeleider therapeutische gemeenschap


Naam van de functie

Begeleider therapeutische gemeenschap

Plaats van de functie in de organisatie

De begeleider functioneert rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke van de therapeutische gemeenschap en de Tipi.

Specifieke verantwoordelijkheden en takenpakket

Het takenpakket werd ingedeeld in takenclusters op basis van taken die bij elkaar horen. De uitvoering van onderstaande taken zal gebeuren in nauwe samenwerking met de verantwoordelijke van de therapeutische gemeenschap.

Hij is verantwoordelijk voor de rechtstreekse begeleiding van de therapeutische gemeenschap en de Tipi.

Hij kent de klinische strategie die in de teamvergadering of de focusvergadering wordt afgesproken en zijn handelen is een weergave hiervan.

Hij observeert en intervenieert in de interacties binnen de bewonersgroep en zorgt voor een adequate weergave hiervan op de checklijst:

      tendenzen onderkennen - na een tijdje tussenkomen door de verantwoordelijken van de ploeg aan te spreken. - onmiddellijk tussenkomen omdat dit noodzakelijk is daar mensen of materiaal in het gedrang komen.

Hij leidt een aantal groepen en geeft seminaries omtrent het programma.

Hij is verantwoordelijk voor een specifieke deeltaken die hem worden toevertrouwd (taken binnen het huismanagement, zorg voor specifieke deelgroepen, begeleiding van de Tipi-bewoners …).

Hij werkt mee aan bepaalde taken op instellingsniveau : preventieactiviteiten, tijdschriftje, onderzoek, eerste contacten-telefoons …

Hij is peergroepbegeleider van een aantal bewoners doorheen hun programma:

       opvolging van hun individueel handelingsplan - regelmatige individuele gesprekken - verslaggeving omtrent bewoners.

Hij neemt deel aan de teamvergadering, de focusvergadering en interne opleidingsactiviteiten. 

 


Competentieprofiel

 Onder competenties verstaan we het samenhangend geheel van kennis, vaardigheden en houdingen, dat aantoonbaar ontleend is aan concrete handelingen en/of taken die  

voorkomen in de beroepsuitoefening van deze functie.

We beschrijven achtereenvolgend de beroepskennis en de sleutelvaardigheden, waarover de begeleider van de Therapeutische Gemeenschap moet beschikken. 

Beroepskennis

Beroepskennis verwijst naar de algemene kennis, de specifieke kennis en de basiskennis die noodzakelijk is voor de uitoefening van deze functie. 

Basiskennis van de origine, de pedagogische en therapeutische basisprincipes en organisatie van de Therapeutische Gemeenschap.  

Kennis en gebruik van pedagogische en therapeutische metho­des en technieken zoals bv. motivationele gesprekstechnieken. 

Basiskennis van de actuele justitiële statuten en hun toepassingsmodaliteiten

Basiskennis van de actuele organisatie binnen de drughulpverlening 

Basiskennis van het contextueel gedachtengoed

Kennis van communicatie en samenwerking 

Kennis van schriftelijk en mondeling rapporteren. Kennis van communicatieregels (bijv. ik-boodschap, neen zeggen, …). Inzicht in een respectvolle en empathische basishouding. Kennis over de invloed van het eigen gedrag op anderen.

Kennis van principes van de omgang met vertrouwelijke informatie.  

Basiskennis van PC-gebruik 

Basiskennis van het gebruik van software en het opslaan en beheren van bestanden. Kennis van het gebruik van internet.

Basiskennis van hygiëne 

Basiskennis van HACCP-normen en richtlijnen inzake persoonlijke hygiëne.

Basiskennis van milieu

Basiskennis van de principes van gescheiden afvalverwerking en recyclage.

 

Sleutelvaardigheden

 

Sleutelvaardigheden verwijzen naar de vaardigheden, attitudes, persoonlijkheids- en gedragskenmerken die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van deze functie. De sleutelvaardigheden staan in onderstaand competentiestramien in het vet aangeduid.

 

TAAK

nr

Competentie

Korte omschrijving

1

 Zichzelf ontwikkelen

Zich continue nieuwe inzichten, vaardigheden en kennis eigen maken

2

Efficiënt handelen

Opdrachten realiseren binnen de beschikbare tijd, middelen en afspraken

3

Overzicht houden

Prioriteiten stellen, een probleem van op zekere afstand beschouwen

4

Observeren en objectiveren

Het efficiënt verwerven en verwerken van observatiegegevens

5

Registreren en verslag geven

Zin voor een goede schriftelijke verslaggeving, voor registratie

6

Doel- en strategiegericht werken

Het stellen van objectieven en het bepalen en volgen van strategieën

7

Resultaatgericht werken

De ambitie om resultaten te boeken

8

Ordelijk, nauwkeurig en stipt werken

Met de nodige zorgvuldigheid werken en afspraken nakomen

9

Veilig werken

De veiligheidsvoorschriften in acht nemen

10

Zorgzaam omgaan met materiaal en infrastructuur

Zorgzaam omgaan met materiaal, voertuigen en infrastructuur

 

 

PERSOON

11

Verantwoordelijk-heidszin

Steeds de volle verantwoordelijkheid opnemen voor acties en initiatieven

12

Congruentie en openheid

Echtheid, zelfexpressie

13

Inzet, dynamiek en werktempo

Met veel energie uitvoeren van taken, begaan zijn met het werk

14

Openstaan voor kritiek

Met kritiek omgaan en er lessen uit trekken

15

Stressbestendig-heid

 

Efficiënt en kwaliteitsvol blijven werken onder stress

16

Assertiviteit, relative-ringsvermogen

Voor zichzelf en eigen ideeën opkomen, relativeringsvermogen aan de dag leggen

17

Aanpassings-

vermogen

 

Zich aan veranderende omgeving, taken, verantwoordelijkheden, mensen en situaties aanpassen

18

Probleemoplossend werken

Het erkennen van problemen en het tijdig nemen van beslissingen

19

Zelfstandigheid, zin voor initiatief

Uit zichzelf actie ondernemen

20

Innovatief denken

Originaliteit, creativiteit en vernieuwing tonen in denken en handelen

 

TEAM & ORGANISATIE

nr

Competentie

Korte omschrijving

21

Samenwerken

Zich identificeren met het team, de teamgeest bevorderen, werken aan het behalen van teamresultaten

22

Loyaal handelen

Het loyaal ondersteunen, uitdragen en uitvoeren van genomen beslissingen

23

Overleggen en rapporteren

Mondeling feedback of verslag geven van uitgevoerde taken

24

Engagement en participatie in de organisatie

Zich inzetten voor de doelstellingen van de organisatie

25

Overleggen met andere teams

Met andere teams (disciplines) overleggen en communiceren

26

Collegialiteit

Zich inzetten voor de sfeer, aandacht en respect tonen voor collega’s en hen helpen

27

Communiceren

Zich vlot en genuanceerd kunnen uitdrukken

28

Inzicht in de organisatie

Inzicht in de organisatiestructuur, communicatiekanalen, overlegplatformen en bevoegdheden van versch. functies

29

Omgang met diensthoofd

Respect voor je diensthoofd en zijn bevoegdheden

30

Relaties en netwerken opbouwen

Relaties en netwerken opbouwen met mensen binnen en buiten de organisatie

 

CLIËNT

31

Zicht op de doelgroep

Voldoende kennis hebben over de doelgroep

32

Aandacht voor familie en sociaal netwerk

Positief aanvaarden, luisteren naar en begrijpen van de familie en andere betekenisvolle personen

33

Empathie

Luisteren naar en begrijpen van cliënten en zich inleven in hun leefwereld

34

Respect

Respect voor de opvattingen en de rechten van de cliënt

35

Discretie

Zorgzaam en respectvol omspringen met vertrouwelijke gegevens

36

Spreken op het niveau van je cliënt

Vlot met cliënten omgaan in een passend taalgebruik

37

Motiveren

Ondersteunen en motiveren van cliënten

38

Cliëntvriendelijke houding

De interne en externe cliënten helpen in de mate van het mogelijke en het toelaatbare

39

Omgevingsbewust zijn

Zich bewust zijn van ontwikkelingen in hulpverlening, in  justitie en in de samenleving en zich bewust zijn van de beperkingen die de justitiële context biedt

40

Leiderschap tonen

Het animeren en leiden van (een groep) cliënten


Werktijdregeling

38 urenweek  - sporadisch nachtdienst

vroegdienst : 7u30 tot 16u00

laatdienst : 13u30 tot 21u30

dagdienst : 8u30 tot 17u00